Weer al iets dat ik van mijn “bucket list” kan schrappen. Heb je er ooit aan gedacht het Parthenon op de Acropolis te aanschouwen? Geen nood! In Nashville Tennessee staat een replica op ware grootte. En niet zo’n tot tempel verheven armoedige stapel stenen die de verbeelding van een Gestalt psycholoog noodzaakt om er een florissant geheel van te maken, maar wel een keurig uit beton opgetrokken bouwwerk dat netjes geschilderd, en vrij van toeristenzwermen, gratis in een wijds stadspark staat te pronken voor elke kunstminnende toerist die van de oudheid op een frisse manier houdt.
Category: Kunsten
Swamp Dogg
Het feest ter herdenking van de Amerikaanse onafhankelijkheid is gepasseerd en we hebben er een stel leuke foto’s van de parade op Constitution Avenue aan over gehouden, maar toch zal ik 4 juli 2011 vooral
blijven herinneren als de dag waarop ik voor het eerst kennismaakte met de muziek van Swamp Dogg.
Swamp Dogg, thans 69 jaar oud, is een zanger uit Virginia die al meer dan 50 jaar aan de weg timmert, maar nooit het grote succes heeft gekend. Hij omschrijft zichzelf als “the most succesful failure of all times”. Hij heeft alle dingen gedaan zoals de grote artiesten maar nooit het rijk van de sterren vervoegd. Toch heeft hij één klein succesje geboekt: de platenhoes van zijn album “Rat On” uit 1971 werd verkozen tot één van de lelijkste albumhoezen allertijden. Succes schuilt soms in een beetje lelijkheid.
Boekenverdriet
Heb je dat ook wel eens? Dat je een boek wil dichtklappen, tegen de muur smijten en erop wil trappen alsof het een brandende peuk betrof. Om dan de dag nadien toch maar weer enkele bladzijden om te slaan omdat je nieuwsgierig bent naar het verder verloop. “The Time of Our Singing” van Richard Powers is een lastig boek, met een moeilijke woordenschat, vaak onbegrijpelijke beeldspraak en heel weinig dialogen. Op de achterflap staat nog vermeld dat dit het meest toegankelijke werk is van de auteur.
“The Time of Our Singing” is het verhaal van een gemengde joods-zwarte familie tegen de achtergrond van een conservatief racistisch naoorlogs Amerika. Een boek waar je in elk geval niet vrolijker van wordt.
Time warp
Tijd en ruimte vormen een continuüm dat kan gebogen en gevouwen worden en waarbinnen een waarnemer zich discreet kan verplaatsen, relatief tot zulke factors als beweging en gravitatie. Na het aanschouwen van onderstaande foto’s bevind ik me terug op de campus van de VUB en bemerk met plezier dat de economische, sociale en politieke wetenschappen (ESP) nog steeds veilig opgeborgen zijn in het zo vertrouwde gebouw C en dat het rectoraat nog steeds die voorname sigaar is van waaruit kennisverwerving wordt aangestuurd.
Hier zal ik voor het eerst in aanmerking komen met het principe van vrij onderzoek. Principe dat overigens ingeschreven staat in de statuten van de VUB en dat zo goed verwoord wat ik reeds onbewust aanvoelde maar tot dan nog niet verwoord had gezien.
“Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om het even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken”. (Henri Poincaré)
Peter
Acoustic Africa
Het Lisner Auditorium behoort tot de George Washington Universiteit. Het is een plaats waar we graag komen aangezien er vaak muziek, dans en andere culturele evenementen worden geprogrammeerd die bij onze smaak aansluiten. Donderdag jongsleden stond daar Acoustic Africa met Oliver Mtukudzi, Habib Koité en Afel Bocoum op de affiche. Het werd een spectaculaire show met focus op de rijkdom van de Afrikaanse gitaartraditie.
The Cerulean Warbler
Het is nu al een tijdje terug dat ik de laatste bladzijde van “A Suitable Boy” heb omgeslagen. Het vergt enig doorzettingsvermogen maar na een tijdje is het verhaal van de vier kroostrijke Indische gezinnen – ten tijde van de scheiding tussen Indië en Pakistan – zo meeslepend dat stoppen geen optie meer is. Ik heb er ook een nieuw woord aan over gehouden, met name “zamindar” waarvan ik het gebruik zal reserveren voor grootgrondbezitters met uitgebreide bevoegdheden, tenminste als ik die ooit tegenkom.
Op basis van een van de reacties op deze blog ben ik ook begonnen aan “Pillars of the Earth” van Ken Follet. Het is weer zo’n klepper van 1000 bladzijden, maar de eerste 100 smaken reeds naar meer.
Tuck and Patti at the Blues Alley
Ze bestaan dus nog echt: van die jazzclubs met de “look and feel” van de jaren twintig. De Blues Alley heeft een ietwat misleidende naam want er wordt hoofdzakelijk jazz gespeeld. Het ligt in een steegje – in het hart van Georgetown – dat aansluit op Wisconsin Avenue, iets voorbij M Street. Binnenin is het groezelig gezellig met tafeltjes gecentreerd rond een laag podium die makkelijk interactie tussen artiesten en publiek mogelijk maakt. Het is een club die reeds vele bekende namen op de affiche heeft gehad. Dizzy Gillespie, Sarah Vaughan, Nancy Wilson, Grover Washington Jr., Ramsey Lewis, Charlie Byrd, Maynard Ferguson en Eva Cassidy hebben er allen in een intieme setting opgetreden.
Quadruple J*.*
Er is deze week heel wat gebeurd in de wereld van de muziek.
James Moody is overleden op 8 december. Hij was 85 jaar oud. Hij werd in 1949 bekend met het lied “I’m in the Mood for Love” (tja, wie niet?).
James Moody was een begaafd saxofonist, maar ook een goed zanger. Toch maakte hij zich zorgen om zijn spraak omdat hij lispelde als gevolg van een partiële doofheid. Hij kom geen “S”-klanken horen, waardoor “Give me a smile” klonk als “Give me a mile”.
Ik moet bekennen dat ik nog nooit van James Moody gehoord had, maar toen mijn eega spontaan “Moody’s Mood for Love” begon te zingen, was ik dan ook niet weinig verbaasd (vergetende dat ik met een levende jukebox ben getrouwd).
Kandahar
Op één van de lokale radiostations alhier riep de presentator onlangs de luisteraars op hun eerste aankoop van klassieke muziek (plaat, cassette of CD) kenbaar te maken die tevens een voltreffer was. Ik heb niet ingebeld omdat ik geen aankoop ken die aan beide vereisten voldoet.
Mijn eerste aankoop was wel een voltreffer maar zeker geen klassieke muziek. Wie start daar trouwens mee? Mijn platencollectie ving aan met een LP van Kandahar, een groep uit het Gentse die een soort Jazz Rock / Jazz Fusion brachten. Ze speelden het soort muziek die jonge tieners deed beseffen dat de wereld verder reikte dan de lokale kerktoren maar vooralsnog zeer onverkend terrein was. Het riep op tot een ongebreideld vrijheidsgevoel dat wel nog moest ingepalmd worden. “When she flies away,” heb ik dan ook grijs gedraaid en beluister ik ook nu nog af en toe met veel plezier.
Experience against youthfulness
Wat drijft bijna vijftigers om het nog te willen opnemen tegen achttienjarigen in een voetbalduel? Is het de ijdele hoop voor de aftrap op winst door (vermeende) ervaring? Is het het idee dat het vlotjes rondtrappen van de bal het jeugdig geweld uit evenwicht zal brengen?
“Oh, the vanity of aging fathers”. Voor we het wisten, werden we gepasseerd langs links en langs rechts, langs boven en langs onder, tussen en door onze benen. En werd onze zorgvuldig geplande opstelling herleidt tot een formatie van “damage control”. George Leekens of niet, het resultaat zou hetzelfde gebleven zijn: al gauw stonden we 4-0 achter. De kroniek van een aangekondigde uitslag. Evenwel hebben we de schade kunnen beperken door twee late doelpunten vlak voor het einde van de match, profiterend van een te vroeg ingezette overwinningsroes aan de overkant waarbij roekeloosheid en onachtzaamheid vakkundig werden afgestraft.