Ik verslikte me bijna in mijn koffie toen ik in “The Star”, een lokaal dagblad, las dat van alle studenten die een perfecte score behaalden op de eindexamens voor het Internationaal Baccalaureaat wereldwijd ongeveer 50% uit Singapore kwamen. Wat is hier aan de hand? Een land, een voorschoot groot, dat zo’n opmerkelijke studieresultaten behaalt, daar wou ik wel het fijne van weten.
En toen herinnerde ik me het boek “Ochtenrood in Avondland” dat me vorige zomer door de auteur, Rik Ghesquiere, cadeau werd gedaan. In dat boek poogt de auteur het fenomenaal ontwikkelingssucces van Singapore te verklaren, en dat op een zeer holistische wijze. Natuurlijk komt ook het onderwijsstelsel aan bod. Ik onthoud uit zijn betoog drie zaken die mede een verklaring kunnen geven voor het bovenstaande uitzonderlijke resultaat van de studenten : 1) een leraar wordt je niet zomaar. Je moet al tot de 30% van de best afgestudeerden behoren, 2) leraars worden uitzonderlijk goed betaald en 3) hebben nog steeds een hoge maatschappelijke status. En naast dit kwaliteitsaspect van het lesgevend kader, streeft men in Singapore, op een meer filosofisch en hoger niveau, een beleid van inclusie na. Ik citeer de auteur : “inclusie impliceert persoonlijke ontwikkelingskansen aanbieden met respect voor iedereen.”