Ik was dit jaar uitgenodigd voor de viering van de internationale vrouwendag door het Ministerie voor Vrouwen, Familie en Gemeenschapsontwikkeling. Dit jaar vond het evenement plaats in het “International Trade and Exhibition Centre” (MITEC) in Kuala Lumpur.
Toen ik de enorme zaal betrad schrok ik van het aantal aanwezige Maleise moesjes. Allen keurig met een hoofddoek en netjes in mooie rijen opgelijnd. Vrouwendag is blijkbaar minder een zaak van de Chinese en Indiase minderheden in dit land dan van de Maleis.
Naast elke stoel was ook een ‘goody bag’ geplaatst. Ook ik kreeg er een, en de inhoud had een impliciete boodschap die kon tellen. De ‘goody bag’ zat vol met verpakte sauzen, nog klaar te maken noedels, en allerlei kruiden, alsook wat cosmetica opsmuk.
En toen moest de eerste minister nog aan zijn speech beginnen. Ook die was veelzeggend. We moeten, aldus de eerste minister, de vrouwen dankbaar zijn omdat ze zonder klagen tijdens de Ramadan elke dag vroeg opstaan om voor zonsopgang de maaltijd voor hun echtgenoot en kinderen klaar te maken.
Kortom: tijdens vrouwendag in Maleisië wordt de vrouw als keukenprinses gevierd! En eentje die zich ook nog eens mooi mag opmaken (maar dan liefst niet te opzichtig en te verhullen met een hijab).
Peter
Er is nog werk aan de winkel daar, Peter!
Maar troost je, hier ook, de uitspraken van Jan Jambon indachtig.