“Een Vlam Tasmaanse Tijgers” van Charlotte Van den Broeck is een bijzonder boek en zeker het lezen waard. De Tasmaanse tijger is weliswaar uitgestorven, maar ik heb de vele bespiegelingen van de auteur rond dit buideldier met veel interesse in me opgenomen.
En ik spring onmiddellijk naar het einde van het boek waarin Professor Archer uit Australië het volgende zegt tegen de auteur: “Bedreigde dieren zitten vaak niet in hun optimale habitat. Hun leefomgeving verdwijnt, ze worden naar de rand ervan verdreven en komen daar vast te zitten.”
En dat doet me meteen denken aan mijn recent bezoek aan Belum: een natuurpark in het noorden van Maleisië. Daar besef je pas echt hoe precair de situatie – niet van de Tasmaanse – maar van de echte de tijger is. Ook dat dier is met uitsterven bedreigd in Maleisië. Het aantal tijgers blijft dalen, niet alleen door stroperij, maar ook omdat hun favoriete prooidieren – wilde zwijnen, sambarherten en muntjaks – bijna verdwenen zijn. Het parkbeheer van Maleisië denkt er nu over na wilde zwijnen uit andere streken over te brengen om alzo de habitat van de tijger deels te herstellen. En dat stemt me enigszins hoopvol! Het hoeft niet allemaal kommer en kwel te zijn, niet?
Peter
En dan komen we terug bij een eerdere post van jou, over palmolie en palmolieplantages. Onze behoeftes teisteren en terroriseren deze aardbol. We are unstoppable.
Charlotte Van den Broeck kwam gisterenavond vertellen over haar werk in CC Merelbeke. Het was een intense avond met een bijzondere auteur, over de kracht van verhalen en de schoonheid van poëzie, en over onze omgang met dieren en het milieu in historisch perspectief. Wie een uitgestorven Tasmaanse tijger wil zien: er staat een opgezet exemplaar in het GUM.
Zoals veel in het leven is er een voordeel én een nadeel aan veel dingen. Ook aan klimaat verandering en de bijhorende verdwijnende habitat met invloed op het in stand houden van het dierenrijk. In het geval van slaapziekte (trypanosomosis) is de verdwijnende habitat een voordeel. Toen we in de jaren 90 aan onze PhD werkten in Gambia, waarin we de trypanotolerante kwaliteiten van de lokale schapen- en geiten rassen bestudeerden, waren er significant meer gevallen van slaapziekte. Door de klimaat verandering, ontbossing en bebouwing werd de leefomgeving (een beschermende groene begroeiing) van de TseTse vlieg, de vector voor overbrenging van trypanosomes, drastisch ingeperkt met als gevolg, hedentendage, minder vliegen die de ziekte kunnen overbrengen, en dus meer overlevende schapen en geiten, wat dan weer een beter inkomen is voor een groot deel van de lokale bevolking. Dus klimaat verandering is soms ook goed nieuws, toch voor de schapen en de geiten…